bevel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·vel
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van bevelen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bevel | bevelen |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
bevel o
- verplicht uit te voeren opdracht zonder enige tegenspraak
- Dat is een bevel, commandant!!