balans

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·lans
enkelvoud meervoud
naamwoord balans balansen
verkleinwoord balansje balansjes

Zelfstandig naamwoord

balans v/m

  1. evenwicht.
  2. een meetapparaat met twee armen (bedoeld om het verschil te kunnen meten)
  3. (economie) een volledige opsomming van de waarde van alle bezit en alle tegoeden en schulden meestal aan het einde van een boekjaar
Synoniemen
Verwante begrippen
Spreekwoorden
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen