aanbod

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·bod
enkelvoud meervoud
naamwoord aanbod (aanbiedingen)
verkleinwoord (aanbiedinkje) (aanbiedinkjes)

Zelfstandig naamwoord

aanbod o

  1. een aanbieding
    Een aanbod van een bepaalde dienst.
  1. (economie) het voorradig zijn
    Het aanbod aan koopwoningen.
    Er is een groot aanbod van inburgeringscursussen.
  2. (economie) het geheel aan beschikbare goederen en diensten op micro-economisch niveau
    De wet van vraag en aanbod.
  3. het aangebodene
    Het aanbod is een levenslang abonnement.
  4. voorstel, poging tot compromis
    De examinator deed het aanbod om in plaats van een hertentamen te maken een paper te schrijven over de verplichte literatuur.
Synoniemen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Een vrijblijvend aanbod.

  • Een aanbod dat de persoon die het aanbod accepteert tot niets verplicht.
Opmerkingen
  • "aanbod" heeft geen meervouds- en verkleinvormen, in plaats daarvan worden de vormen van "aanbieding" gebezigd.
Vertalingen

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord aanbod -

Zelfstandig naamwoord

aanbod

  1. aanbod