bedrijf
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: bedrijf (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland, Limburg): /bəˈdrɛɪ̯f/
- (Vlaanderen, Brabant): /bəˈdrɛːf/
Woordafbreking
- be·drijf
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bedrijf | bedrijven |
| verkleinwoord | bedrijfje | bedrijfjes |
Zelfstandig naamwoord
bedrijf o
- (bedrijfskunde) organisatie, samenspel van mensen en middelen om producten en of diensten te leveren
- (economie) een economische eenheid, gericht op het maken van winst
- (juridisch) een zelfstandige rechtsvorm met winst oogmerk
- (techniek) het in werking zijn van iets
- Met een druk op de knop werd het nieuwe systeem in bedrijf gesteld.
- (toneel) een deel van een toneelstuk
- In het tweede bedrijf vertelde hij zijn verhaal.
Synoniemen
- [1] organisatie
- [2] producent
Afgeleide begrippen
1. Afgeleide begrippen
1. Soorten bedrijven
|
- [3]: slotbedrijf
Vertalingen
1. organisatie, samenspel van mensen en middelen om produkten en of diensten te leveren
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| bedrijven |
bedrijf