marketing

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mar·ke·ting
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels.
enkelvoud meervoud
naamwoord marketing -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

marketing v

  1. (economie) het opstellen van plannen voor de vergroting of de handhaving van de afzet
    Marketing is een belangrijk begrip in de economie.

Meer informatie