handel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • han·del
enkelvoud meervoud
naamwoord handel -
verkleinwoord handeltje handeltjes

Zelfstandig naamwoord

handel m

  1. (economie), (handel) de in- en verkoop van goederen
  2. winkel
  3. handelswaar
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord handel handels
verkleinwoord handeltje handeltjes

Zelfstandig naamwoord

handel m

  1. handgreep, handvat, hendel

Bijwoord

handel

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
    handeldrijven: zij dreven daar al jaren handel mee.

Werkwoord

vervoeging van
handelen

handel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van handelen
    Ik handel.
  2. gebiedende wijs van handelen
    Handel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van handelen
    Handel je?

Meer informatie