vraag
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: vraag (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /vra:χ/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /vra:x/
Woordafbreking
- vraag
| [1] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | vraag | vragen |
| verkleinwoord | vraagje | vraagjes |
| [2] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | vraag | vragen |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
- een verzoek om inlichting
- Hij stelde zijn leerkracht een vraag.
- een behoefte aan goederen
- In Nederland is er veel vraag naar brandstof, net als in de rest van de wereld.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. een verzoek om inlichting
|
|
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| vragen |
vraag
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vragen
- Ik vraag.
- gebiedende wijs van vragen
- Vraag!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vragen
- Vraag je?
Afrikaans
Uitspraak
- IPA: /frɑːx/
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vvraag | vrae |
Zelfstandig naamwoord
vraag