econoom

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eco·noom
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord econoom economen
verkleinwoord (econoompje) (econoompjes)

Zelfstandig naamwoord

econoom m

  1. (economie), (beroep) deskundige op het gebied van de economie, die economische gegevens bestudeert en economisch beleid aandraagt
    Economen hekelen de belastingplannen van de nieuwe regering.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl