Naar inhoud springen

wijf

Uit WikiWoordenboek
  • wijf
enkelvoud meervoud
naamwoord wijf wijven
verkleinwoord wijfje wijfjes

hetwijfo

  1. (informeel) vrouw (vaak ook (pejoratief))
    • Wat een lekker wijf! 
     En ineens stonden ze voor een hol en zagen achterin de gloed van een vuur. Er was een lelijk oud wijf dat, zachtjes mompelend, in een pot boven het vuur stond te roeren.[6]
     Ook is er kritiek op een van de oprichters van de zender, Lex Harding. Hij zegt in de documentaire dat hij zocht naar "lekkere wijven, mooie meiden om op televisie te presenteren". Hij erkent dat het er vroeger anders aan toe ging dan nu. "Waren opmerkingen overschrijdend naar de maatstaven die nu worden gehanteerd? Zeer zeker. Er werd gevloekt, gescholden en mensen werden uitgelachen."[7]
  2. (familie) (juridisch) (verouderd) echtgenote, vrouw [2]
    • En mij zo gunstig eens wou wezen / Van u te maken tot mijn wijf.[8] 
  • Kletsen als oude wijven [bij elkaar]
Gezegd van vrouwen die veel kletsen
99 %van de Nederlanders;
97 %van de Vlamingen.[9]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. wijf op website: Etymologiebank.nl
  3. Oudnederlands Woordenboek
  4. "wijf" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  5. Guus Kroonen. 2013. Etymological Dictionary of Proto-Germanic. Leiden, Brill Publishers: p. 584. ISBN 9789004183407. Online: brill.com (achter betaalmuur)
  6. “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat op Wikipedia, p. 12
  7. Bronlink geraadpleegd op 2 mei 2025 Weblink bron “30 jaar geleden begon TMF, herinneringen nog springlevend” (1 mei 2025), NOS
  8. Eneas boek 1, HCC
  9. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be