wijf

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wijf
enkelvoud meervoud
naamwoord wijf wijven
verkleinwoord wijfje wijfjes

Zelfstandig naamwoord

wijf o

  1. (informeel) vrouw (vaak ook pejoratief)
    Wat een lekker wijf!
    Vrijdagavond gaan we op stap en achter de wijven aan.
  2. (verouderd) echtgenote
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen