bitch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bitch
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bitch bitches
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bitch v

  1. (pejoratief) (vulgair) vrouw
  2. (scheldwoord) agressieve vrouw
  3. (als geuzennaam) zelfbewuste vrouw
  4. (figuurlijk) lastig probleem, vervelende situatie
Synoniemen

Werkwoord

vervoeging van
bitchen

bitch

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bitchen
    • Ik bitch. 
  2. gebiedende wijs van bitchen
    • Bitch! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bitchen
    • Bitch je? 

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
92 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
bitch bitches

Zelfstandig naamwoord

bitch

  1. (zoogdieren) teef; vrouwtje van bepaalde diersoorten met name honden
  2. (scheldwoord) teef; denigrerende aanduiding voor een agressieve vrouw
Overerving en ontlening