rotwijf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rot·wijf
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van wijf met het voorvoegsel rot-
enkelvoud meervoud
naamwoord rotwijf rotwijven
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

rotwijf v

  1. (pejoratief) een vervelende vrouw
    • De dronken man schold zijn vrouw uit voor 'rotwijf toen zij hem verbood nog meer te drinken. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be