Naar inhoud springen

vuil

Uit WikiWoordenboek
  • vuil
  • In de betekenis van ‘vies’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1200 [1]
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen vuilvuilervuilst
verbogen vuilevuilerevuilste
partitief vuilsvuilers-

vuil

  1. niet schoon, bevuild
     Veel andere hikers gebruikten de Sawyer Squeeze, waarmee je handmatig het vuile water door een filter moest persen.[2]
enkelvoud meervoud
naamwoord vuil -
verkleinwoord vuiltje vuiltjes

hetvuilo

  1. viezigheid, onreine materie
     Het vuil op de vloer.[3]
     Met lappen die van een overhemd waren gescheurd en die ze onderdompelde in een schaal azijn vermengd met citroensap boende ze de ramen waar het vuil zich had opgehoopt rond de sponningen.[4]
     ’Het werd tijd niet meer alleen te klagen over al het vuil dat ik zag,’ had Orme de barman verteld.[2]
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[5]
  1. "vuil" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. 1 2
    Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Tatiana Rosnay
    “Kwetsbaar” (2010), Artemis & co, ISBN 9789047201625
  4. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be