huisvuil

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • huis·vuil
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord huisvuil
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

huisvuil o

  1. huishoudelijke afval
    • Het meeste organische huisvuil kan in de gft-container. 
    • Het huisvuil wordt door de gemeente opgehaald. 
Synoniemen
  1. vuilnis

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie