bevuilen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vui·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van vuil met het voorvoegsel be- en met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bevuilen
bevuilde
bevuild
zwak -d volledig

Werkwoord

bevuilen

  1. overgankelijk blootstellen aan vuil
    Hij bevuilde van de schrik zijn nieuwe pak.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.