tunnel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een tunnel.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tun·nel
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘kunstmatige doorgang’ voor het eerst aangetroffen in 1834 [1]
  • uit het Engels tunnel[2]
enkelvoud meervoud
naamwoord tunnel tunnels
verkleinwoord tunneltje tunneltjes

Zelfstandig naamwoord

tunnel m

  1. een kunstmatige ondergrondse doorgang
    • Verderop loopt de weg een tunnel in. 
    • Een vrachtwagenchauffeur heeft zijn dak eraf gereden bij de Stationstunnel in Den Bosch. De wagen was te hoog om door de tunnel te rijden, maar daar kwam de bestuurder te laat achter. Het zou om een jonge chauffeur gaan die pas net zijn vrachtwagenrijbewijs heeft, maar het bedrijf uit Elshout waar de vrachtwagen van is wil niet verder op details ingaan. [3] 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Een tunnel graven.

Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
tunnelen

tunnel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tunnelen
    • Ik tunnel. 
  2. gebiedende wijs van tunnelen
    • Tunnel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tunnelen
    • Tunnel je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Deens

Zelfstandig naamwoord

tunnel

  1. tunnel


Engels

Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Middelfrans tonel [1]

Zelfstandig naamwoord

tunnel

  1. tunnel

Verwijzingen


Estisch

Zelfstandig naamwoord

tunnel

  1. tunnel


Frans

Zelfstandig naamwoord

tunnel m

  1. tunnel


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • tun·nel
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Engels en het Gammelfrans.

Zelfstandig naamwoord

tunnel m

  1. (verkeer) tunnel
    «Tunnelen var delvis sperret etter at en buss fikk motorstopp inne i tunnelen
    De tunnel werd gedeeltelijk geblokkeerd nadat een bus motorstoring in de tunnel had.
  2. (verkeer) onderdoorgang, voetgangerstunnel
  3. een kleinere holle gang, bijvoorbeeld in een machine.
  4. (figuurlijk) situatie, een stuk levensweg.
  5. (sport) doorlaat, gat
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   tunnel     tunnelen     tunneler     tunnelene  
genitief   tunnels     tunnelens     tunnelers     tunnelenes  
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

[3] se lys i enden av tunnelen

  • De situatie begint zich te verbeteren.

[5] slå en tunnel

  • De bal tussen de benen van een tegenstander door spelen.


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • tun·nel
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Engels en het Gammelfrans.

Zelfstandig naamwoord

tunnel m

  1. (verkeer) tunnel
  2. (verkeer) onderdoorgang, voetgangerstunnel
  3. (figuurlijk) situatie, een stuk levensweg.
  4. een kleinere holle gang, bijvoorbeeld in een machine.
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   tunnel     tunnelen     tunnelar     tunnelane  
genitief                        
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

[3] Det er lys i enden av tunnelen.

  • De situatie begint zich te verbeteren.


Zweeds

Zelfstandig naamwoord

tunnel

  1. tunnel