autoweg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • au·to·weg
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord autoweg autowegen
verkleinwoord autowegje
autoweggetje
autowegjes
autoweggetjes

Zelfstandig naamwoord

autoweg m

  1. (verkeer) een weg waarop alleen gemotoriseerd verkeer zoals auto's, motorfietsen en vrachtauto's wordt toegelaten en waar voor dat verkeer toepasselijke voorzieningen zijn aangebracht
    • Op een autoweg waar je 100 km per uur mag rijden zie je groene streep in het midden van de weg. 
    • Een autosnelweg is een autoweg met gescheiden rijbanen en ongelijkvloerse kruisingen. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be