Naar inhoud springen

toon

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Toon
  • toon
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘klank’ voor het eerst aangetroffen in 1410 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord toon tonen
verkleinwoord toontje toontjes

detoonm

  1. (muziek), (natuurkunde) een geluid met een bepaalde herkenbare hoogte, een trilling met een frequentie
    • Hij sloeg op de bel en deze weergalmde op heldere toon. 
  2. intonatie in de gesproken taal, manier van spreken
    • Een sarcastische toon. 
    • je toon bevalt me niet 
     'Pardon?' Laurens toon blijft liefjes.[3]
     Ook al zag hij eruit als een wilde heavymetalfan, hij had een vriendelijke toon in zijn stem waardoor ik hem meteen mocht.[4]
  3. sfeer, impliciete boodschap van teksten
    • de toon was luchtig en soms vrolijk 
  4. het karakteristieke geluid van een stem of instrument
    • dit instrument heeft een warme toon. 
  5. kleurschakering door toevoeging van wit of zwart b.v. halftoon
  6. klemtoon, accent
  • de toon was gezet
de emotioele stemming was bepaald
  • een toontje lager laten zingen
overwonnen worden
 Het lijkt zo simpel. Zet de sterftecijfers op een rij, en je krijgt een indruk wie er het beste in is geslaagd het virus een toontje lager te laten zingen. In België, Italië en Spanje ging het mis. In Nederland waren we slechter af dan in de VS. En in Duitsland en China ging het een stuk beter. Toch?[5]
  • uit de toon vallen
een uitzondering zijn, niet passen bij de omgeving
 Misschien dacht Sarah dat de mooie blauwe zijde Teresa zou opvrolijken, maar de broek viel volkomen uit de toon bij de wollen trui en haar kale hoofd.[6]
vervoeging van
tonen

toon

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tonen
    • Ik toon. 
  2. gebiedende wijs van tonen
    • Toon! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tonen
    • Toon je? 
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[7]
  1. "toon" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. toon op website: Etymologiebank.nl
  3. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  4. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  5. Bronlink Weblink bron
    Maarten Keulemans en Serena Frijters
    “Welk land heeft de beste coronastrategie? Vijf lessen over de eerste coronagolf” (21 mei 2020), de Volkskrant
  6. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be