toonbank

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toon·bank
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord toonbank toonbanken
verkleinwoord toonbankje toonbankjes

Zelfstandig naamwoord

toonbank v/m

  1. (economie) een winkeltafel waarop waren worden getoond en afgerekend
    • De magnetische beveiligingsstrip werd op de toonbank verwijderd. 
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Als warme broodjes over de toonbank gaan.

  • Zeer snel verkocht worden.

Iets onder de toonbank verkopen.

  • Iets in het geheim aan iemand verkopen.

Over de toonbank gaan.

  • Verkocht worden.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.