Naar inhoud springen

klank

Uit WikiWoordenboek
  • klank
  • In de betekenis van ‘geluid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord klank klanken
verkleinwoord klankje klankjes

deklankm

  1. in het algemeen wordt hiermee het totaal aan eigenschappen van een geluid aangeduid
     De geluiden in de natuur waren veel meer gelaagd dan ik tot dusver had ervaren. De verschillende klanken van het vogelgezang, het constante gezoem van de krekels en het hoge ruisen van de wind in de boomtoppen.[2]
     Beneden, in de keuken, hoort ze zacht gepraat, een dwingende toon, af en toe de metalige klank van een pan.[3]
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]
  1. "klank" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

klank m

  1. klank