klank

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klank
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘geluid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord klank klanken
verkleinwoord klankje klankjes

Zelfstandig naamwoord

klank m

  1. in het algemeen wordt hiermee het totaal aan eigenschappen van een geluid aangeduid
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

Zelfstandig naamwoord

klank m

  1. klank