preektoon

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • preek·toon
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord preektoon preektonen
verkleinwoord preektoontje preektoontjes

Zelfstandig naamwoord

preektoon m

  1. gemaakte, zalvende toon

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.