tanker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tan·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tanker tankers
verkleinwoord tankertje tankertjes

Zelfstandig naamwoord

tanker m

  1. (scheepvaart) een speciaal gebouwd en uitgerust schip om vloeibare ladingen te vervoeren
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen