tanker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tan·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tanker tankers
verkleinwoord tankertje tankertjes

Zelfstandig naamwoord

tanker m

  1. (scheepvaart) een speciaal gebouwd en uitgerust schip om vloeibare ladingen te vervoeren
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl