tanken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tan·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
tanken
tankte
getankt
zwak -t volledig

Werkwoord

tanken

  1. inergatief: het brandstofreservoir vullen
    • Er werd eerst nog even getankt en daarna gingen ze op weg. 
  2. overgankelijk: het reservoir met een bepaalde brandstof vullen
    • Als je mijn auto neemt, vergeet dan niet dat je diesel moet tanken. 
  3. inergatief: veel drinken
  4. overgankelijk: veel van een bepaalde drank drinken
Verwante begrippen
Anagrammen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie