Naar inhoud springen

strijd

Uit WikiWoordenboek
  • strijd
  • In de betekenis van ‘gevecht’ voor het eerst aangetroffen in 1220 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord strijd strijden
verkleinwoord strijdje strijdjes

destrijdm

  1. een handgemeen
    • Wie de strijd tussen die twee broers zou winnen was nog niet duidelijk. 
  2. een militair treffen, kamp, veldslag
    • De strijd tussen de Israëli en de Palestijnen is nog niet gestreden. 
     Ridders oefenden hiervoor in een toernooi, dus er ligt een utilitair principe aan ten grondslag, maar er was ook een spelelement: strijders namen elkaar bij de voorbereidingen op de strijd de maat en hielden onderlinge wedstrijden.[3]
  3. een politieke twist
     De basis daarvan lag waarschijnlijk in de strijd voor het vrouwenkiesrecht, waaraan ze zich hadden geëngageerd sinds ze tieners waren.[4]
  4. een ruzie
     Maar precies die kennis en dat geregeld samenzijn, voegde ze daaraan toe, 'betekent dat broers en zussen eveneens in een uitstekende positie verkeren om elkaar te plagen, te irriteren, en de strijd met elkaar aan te gaan' - bijna 30 procent van de interacties tussen broers en zussen in een vroege studie bestond uit ruzie.[5]
     Juist deze verspreiding voedde de regelmatig oplaaiende strijd over wie nu de uitvinding en oorsprong van het voetbal mocht opeisen.[3]
  5. sportwedstrijd
     De strijd ging formeel tussen baanderheren, hoge edelen die een equipe om zich heen hadden verzameld van bacheliers, jonge ridders die specialisten waren in de sport.[3]
     In het zeldzame geval dat de strijd onbeslist leek moest een jury van baronnen uitkomst bieden.[3]


  • dat is in strijd met
dat is in tegenspraak met
 Volgens de Algemene Nederlandse Vereniging van Reisondernemingen (ANVR) en reisorganisatie TUI heeft de luchtvaart nauwelijks invloed op de luchtkwaliteit in Den Haag en is een lokaal verbod op fossiele reclames daarom niet zinvol. Ook vonden ze het verbod in strijd met de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van ondernemerschap.[6]


vervoeging van
strijden

strijd

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van strijden
    • Ik strijd. 
  2. gebiedende wijs van strijden
    • Strijd! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van strijden
    • Strijd je? 
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[7]
  1. "strijd" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. strijd op website: Etymologiebank.nl
  3. 1 2 3 4
    Onno van Nijf
    “Sportgeschiedenis” (2021), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025312275
  4. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Tussen rood en zwart” (2014), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044625691
  5. Lynn Berger
    “De tweede: over het zijn en krijgen van een tweede kind” (2021), De Correspondent, ISBN 9789082821697
  6. Bronlink geraadpleegd op 25 april 2025 Weblink bron “Den Haag krijgt gelijk van de rechter: verbod op fossiele reclames mag” (25 april 2025), NOS
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be