strijden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
strijden strijdend
strijd gestreden
- strijdbaar
Uitspraak
Woordafbreking
  • strij·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
strijden
streed
gestreden
klasse 1 volledig

Werkwoord

strijden

  1. inergatief ondanks weerstand een doel proberen te bereiken
    • Er werd zwaar gestreden om het bezit van Stalingrad. 
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

strijden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord strijd

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.