gevecht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een gevecht.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·vecht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gevecht gevechten
verkleinwoord gevechtje gevechtjes

Zelfstandig naamwoord

gevecht o

  1. een handgemeen
    Het gevecht tussen de buurmannen was losgebarsten.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl