tweestrijd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • twee·strijd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tweestrijd tweestrijden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tweestrijd m

  1. conflict tussen twee mensen of groepen
    • Zo ontstond er een tweestrijd tussen de aanhangers van de Vrije Fransen en het Vichy-regime. 
  2. competitie tussen twee mensen of groepen in de sport
    • Een tweestrijd tussen viervoudig winnaar Bernard Hinault en de winnaar van 1983 Laurent Fignon mondde uit in een ruime zege voor de laatste. 
  3. inwendige strijd bij het maken van een keuze
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.