wedstrijd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wed·strijd
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘wedijver, i.h.b. in sport’ voor het eerst aangetroffen in 1650 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord wedstrijd wedstrijden
verkleinwoord wedstrijdje wedstrijdjes

Zelfstandig naamwoord

wedstrijd m

  1. een strijd van twee of meer personen om uit te maken wie op een bepaald gebied de beste is
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen