spin

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Spin (1)
Spin (2) voor op fiets
Spin (3) op een molen
Uitspraak
Woordafbreking
  • spin
Woordherkomst en -opbouw
  • [A] In de betekenis van ‘spinachtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240 [1]
  • [B] Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘tolbeweging’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1961 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord spin spinnen
verkleinwoord spinnetje spinnetjes

Zelfstandig naamwoord

[A] spin v / m

  1. (dierkunde) Arachinida op Wikispecies, spinachtig dier met acht poten dat met speciale klieren een web maakt, waarin prooien worden gevangen
     Ik aarzelde even, vanwege alle muggen, spinnen en slangen maar was snel om.[2]
  2. (gereedschap) snelbinder met vier of meer van een haak voorziene armen
     Wapperend onder de spin achterop de fietstassen drogen dunne materialen zo weer op.[3]
  3. (techniek) kruisvormige constructie bij windmolens voor het zelfzwichten en het bedienen van de remkleppen
     De vier trekstangen kwamen bij de askop samen en vormden daar een zwichtkruis of ‘spin’.[4]
Synoniemen









Spin (1) van een elektron
enkelvoud meervoud
naamwoord spin spins
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

[B] spin m

  1. (natuurkunde) snelle, draaiende beweging om een as
    • De spin van een elektron. 
  2. (dans) bepaalde draaiende figuur bij het dansen
     Spins worden op de plaats uitgevoerd. Bij ‘Spins met Taps’ heb je 2 of meer spins achter elkaar waarbij een Tap met de andere voet tussen de spins door wordt gebruikt om evenwicht te behouden.[5]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • spin in het web
belangrijk persoon om wie alles en iedereen draait, spilfiguur
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
spinnen

spin

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spinnen
    • Ik spin. 
  2. gebiedende wijs van spinnen
    • Spin! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spinnen
    • Spin je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. 1,0 1,1 "spin" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 15 mei 2021 Weblink bron “OP REIS MET DE FIETS”, Kiind
  4. Bronlink geraadpleegd op 15 mei 2021 “Molenhof te Rodenborg”, Inventaris Onroerend Erfgoed
  5. Bronlink geraadpleegd op 14-05-2021 Weblink bron “De BESTE Spintechnieken voor Salsa Dansen!”, supersalsa.nl
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Engels

vervoeging
onbepaalde wijs to  spin 
he/she/it  spins 
verleden tijd  span 
 spun 
voltooid
deelwoord
 span 
 spun 
onvoltooid
deelwoord
 spinning 
gebiedende wijs  spin 

Werkwoord

spin

  1. tollen, (snel) draaien
  2. spinnen
enkelvoud meervoud
spin spins

Zelfstandig naamwoord

spin

  1. draaibeweging, spin








Frans

Uitspraak
Woordafbreking
  • spin
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  spin     le spin     spins     les spins  

Zelfstandig naamwoord

spin m

  1. (natuurkunde) spin [1]