spintol

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

spintol
Uitspraak
Woordafbreking
  • spin·tol
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spintol spintollen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

spintol m

  1. (textielindustrie) eenvoudig gereedschap voor het spinnen van wol
    • Verder in Histechnicon een mooi verhaal over vier oude Belgische scheepsliften, "stuk voor stuk juwelen', een stukje Maastrichtse keramiekgeschiedenis en een onderhoudend betoog over de vraag hoe een relatief arm land als België begin 19e eeuw zo razendsnel ko uitgroeien tot de tweede industriële natie van de wereld, terwijl men in het rijke, handelskapitalistische Nederland nog tot diep in de negentiende eeuw thuis met de spintol op schoot zat. [1] 
    • Op zondag 19 maart stelt de familie Wennekers tussen 11 en 16 uur het terrein rondom zijn stolpboerderij open om de jonge lammetjes en kalfjes te aaien en te bekijken. Kinderen kunnen leren spinnen met een spintol en er is een quiz. Op deze veehouderij, aangesloten bij de vereniging ‘Waterland Coöperatief’, worden schapen en koeien op natuur-en diervriendelijke wijze gefokt en gehouden. [2] 
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
70 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC Marion de Boo 23 januari 1992 Gevierendeeld
  2. NRC 16 maart 2006 WAT DOEN DE KINDEREN?