spindel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spin·del
enkelvoud meervoud
naamwoord spindel spindels
verkleinwoord spindeltje spindeltjes

Zelfstandig naamwoord

spindel m

  1. een klos waarop de katoen- of vlasdraad wordt gewonden.
    • Zij was bezig met het winden van draad aan een spindel. 
  2. (techniek) een as, meestal met cd's en dvd's.
    • In de techniek wordt vaak een spindel gebruikt om cd's en dvd's in op te bergen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

75 % van de Nederlanders
62 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • spin·del
Naar frequentie 7837
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   spindel     spindeln     spindlar     spindlarna  
genitief   spindels     spindelns     spindlars     spindlarnas  

Zelfstandig naamwoord

spindel, g

  1. spindel