reserve

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·ser·ve
enkelvoud meervoud
naamwoord reserve reserves
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

reserve v/m

  1. iemand die of iets wat voor later gebruik opzijgezet is of wordt
    De reserves waren door de tegenvallers aardig geslonken.

Spaans

Werkwoord

vervoeging van
reservar

reserve

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van reservar
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van reservar
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van reservar