reserveren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·ser·ve·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
reserveren
reserveerde
gereserveerd
zwak -d volledig

Werkwoord

reserveren

  1. (overgankelijk) vrijhouden.
    Wij willen graag een tafel reserveren.
  2. (overgankelijk) bewaren voor later gebruik
    Ik reserveer dit voor over twee jaar.
Vertalingen