reserveren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·ser·ve·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bewaren’ voor het eerst aangetroffen in 1276 [1]
  • afgeleid van het Franse réserver (met het achtervoegsel -eren) [2] [3]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
reserveren
reserveerde
gereserveerd
zwak -d volledig

Werkwoord

reserveren

  1. overgankelijk vrijhouden.
    • Wij willen graag een tafel reserveren. 
  2. overgankelijk bewaren voor later gebruik
    • Ik reserveer dit voor over twee jaar. 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen