reserveren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·ser·ve·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
reserveren
reserveerde
gereserveerd
zwak -d volledig

Werkwoord

reserveren

  1. overgankelijk vrijhouden.
    • Wij willen graag een tafel reserveren. 
  2. overgankelijk bewaren voor later gebruik
    • Ik reserveer dit voor over twee jaar. 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen