reservaat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·ser·vaat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord reservaat reservaten
verkleinwoord reservaatje reservaatjes

Zelfstandig naamwoord

reservaat o [3]

  1. gebied waarin de natuur of zijn bewoners worden beschermd
  2. grondgebied dat door een overheid aan een bevolkingsgroep (bijv. indianen) is toegewezen als verblijfplaats
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen