bewaren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·wa·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bewaren
bewaarde
bewaard
zwak -d volledig

Werkwoord

bewaren

  1. overgankelijk ervoor zorgen dat iets niet verloren raakt
    • Hij bewaarde de papieren van de werkgever. 
  2. behouden om het later te kunnen gebruiken
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen