bewaren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·wa·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bewaren
bewaarde
bewaard
zwak -d volledig

Werkwoord

bewaren

  1. (overgankelijk) ervoor zorgen dat iets niet verloren raakt
    Hij bewaarde de papieren van de werkgever.
  2. behouden om het later te kunnen gebruiken
    Hij had al zijn geschreven en ontvangen brieven bewaard zodat hij later een autobiografie zou kunnen schrijven.
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl