voorraad

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·raad
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voorraad voorraden
verkleinwoord voorraadje voorraadjes

Zelfstandig naamwoord

voorraad m

  1. wat voor later gebruik wordt opgeslagen
    Hij had genoeg voorraad om de winter door te komen.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl