voorbehoud

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·be·houd


verkocht onder voorbehoud
enkelvoud meervoud
naamwoord voorbehoud voorbehouden
verkleinwoord voorbehoudje voorbehoudjes

Zelfstandig naamwoord

voorbehoud o [1]

  1. noodzakelijke voorwaarde die indien afwezig ervoor zorgt dat iets niet kan doorgaan
    • Zonder enig voorbehoud houd ik van Jack. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Hyponiemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • onder voorbehoud van
met de restrictie dat iets niet doorgaat als er niet aan een bepaalde voorwaarde wordt voldaan
 "Met City Football Group, die reeds een langdurige samenwerking heeft met NAC, is deze week overeenstemming bereikt onder het voorbehoud van goedkeuring door de Raad van Commissarissen, Stichting NOAD (dat het gouden aandeel van de club bezit, red.), de KNVB en de gemeente Breda", schrijft de club op haar website.[2]

Werkwoord

vervoeging van
voorbehouden

voorbehoud

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voorbehouden
    • ... dat ik voorbehoud. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 5 juni 2022 Weblink bron Guido van Gorp “Fans woedend, NAC staat voor overname door City Group: 'Komt einde aan de club'” (WO 23 MAART 2022), NOS
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be