reservebank

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

eem rij stoelen als reservebank
Uitspraak
Woordafbreking
  • re·ser·ve·bank
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord reservebank reservebanken
verkleinwoord reservebankje reservebankjes

Zelfstandig naamwoord

reservebank v/m

  1. (sport) de bank waarop de reservespelers zitten tijdens een wedstrijd
    • Treurt u om de zangcarrière die u niet heeft nagejaagd of juist om alle tijd die u op de reservebank hebt doorgebracht in de hoop op een glansrijke voetbalcarrière? [1] 
    • Van Beek viel dinsdag in Napels nog kort in tegen de koploper in de Serie A. Nieuwkoop verhuisde door de plotselinge blessure van Jan-Arie van der Heijden op het allerlaatste moment van de tribune naar de reservebank. De Zeeuw kwam echter niet in actie. [2] 
  2. (figuurlijk) fictieve plaats vanwaar mensen toekijken die klaar staan om anderen te vervangen
    • Ze doen nu nog niet mee: Gert-Jan Segers (ChristenUnie) en Lodewijk Asscher (PvdA). Vanaf de reservebank kijken ze toe of het lukt met de vier partijen. Segers is de meest logische nieuwe gesprekspartner als het met GroenLinks niet lukt. Hij kan volgens betrokkenen vooral goed opschieten met Rutte. Op Rutte’s verjaardag nam Segers een charlottetaart mee naar het Torentje, van Pâtisserie Jarreau uit Den Haag. ,,Dat is een dure”, zei Rutte. [3] 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. de Standaard 19/september/2017 door Eva Berghmans
  2. Tubantia Mikos Gouka 29-september-2017
  3. NRC Petra de KoningThijs Niemantsverdriet 25 maart 2017