reservist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·ser·vist
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord reservist reservisten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

reservist m [1]

  1. iemand die oproepbaar is voor militaire dienst in tijden van oorlog, oorlogsdreiging of andere situaties waarin inzet van het leger nodig is
    • Militairen nemen in hordes ontslag en inmiddels worden ook reservisten ingeschakeld. Velen vragen al lang om de militaire inzet te optimaliseren en de beveiliging strategisch aan te pakken, maar dat valt in dovemansoren. Een strijdmacht inzetten is iets helemaal anders dan hem nuttig gebruiken. De overheid weet blijkbaar niet wat het verschil is. [2] 
    • Om de pieken deze zomer op te kunnen vangen, doen we een beroep op andere brigades in Nederland en op reservisten. In die laatste willen we ook meer gaan investeren, ze zijn opgeleid en direct inzetbaar." [3] 
  2. iemand die door een niet-militaire organisatie in tijden van nood kan worden opgeroepen
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard MAANDAG 28 AUGUSTUS 2017
  3. Tubantia Cyril Rosman 07-07-2017