nalatenschap
Uiterlijk
- na·la·ten·schap
- In de betekenis van ‘erfenisboedel’ voor het eerst aangetroffen in 1683.[1]
- Afleiding van nalaten met het achtervoegsel -schap; leenvertaling uit Duits Nachlassenschaft.[2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | nalatenschap | nalatenschappen |
| verkleinwoord | nalatenschapje | nalatenschapjes |
- (juridisch) het geheel aan bezittingen en schulden dat door de erflater bij zijn overlijden wordt overgedragen aan de erfgenamen
- Het oordeel van historici over Khamenei’s nalatenschap is niet mild. ,,Hij is een van de slechtste heersers uit de Iraanse geschiedenis”, stelt Arash Azizi, een jonge Iraans-Amerikaanse historicus van de universiteit van Yale, op vragen van NRC. ,,Zijn beleid heeft Iran geïsoleerd, misère, onveiligheid en economische achteruitgang gebracht”.[4]
- ↑ "nalatenschap" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ nalatenschap op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ www.nrc.nl (1 mrt 2026)
- Het woord nalatenschap staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "nalatenschap" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Achtervoegsel -schap in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Juridisch in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %