leger

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • le·ger
enkelvoud meervoud
naamwoord leger legers
verkleinwoord legertje legertjes

Zelfstandig naamwoord

leger o

  1. (militair) een militaire strijdmacht
    Het leger trok van Spanje naar Nederland.
  2. een ondiep kuiltje in het veld of onder begroeiing waar een haas, vos of hert in rust
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Bijvoeglijk naamwoord

leger

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van leeg

Werkwoord

vervoeging van
legeren

leger

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van legeren
    Ik leger.
  2. gebiedende wijs van legeren
    Leger!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van legeren
    Leger je?
Verwante begrippen