rapportcijfer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rap·port·cij·fer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rapportcijfer rapportcijfers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

rapportcijfer o [1]

  1. een cijfer dat op een (school)rapport staat en aangeeft hoe de vorderingen van de leerling zijn
    • Stilzitten, goed luisteren en opletten wordt al zeker 100 jaar van leerlingen verwacht. Vroeger beslist nog wel meer dan nu. Kinderen moesten ijverig zijn, hun stinkende best doen en keurig recht blijven zitten, anders dreigde er straf. Voor netheid en vlijt werd een apart rapportcijfer gegeven. [2] 
  2. een cijfer dat aangeeft hoe goed iets door een keuring is gekomen
    • “Wie zou u verkiezen als volgende burgemeester van Antwerpen?” 40% van de respondenten kiest daarin voor de zetelende Bart De Wever. Uitdager Kris Peeters komt aan 15%. De Antwerpenaars konden via de peiling ook een rapportcijfer geven aan burgemeester Bart De Wever (N-VA) en het stadsbestuur. [3] 
    • Festileaks beoordeelde 39 van de grootste festivals van Europa, zowel dichtbij huis (Pinkpop, Rock Werchter) als internationaal prestigieuze festivals als Glastonbury, Lollapalooza en Sziget. Minimaal 100 festivalgangers per evenement gaven een rapportcijfer voor de 6 belangrijkste categorieën van de festivalbeleving: programma, sfeer, locatie, eten en drinken, bereikbaarheid en overnachten. [4] 
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard 31 juli 2017
  3. de Standaard 29/september/2017 svw
  4. Tubantia Joost Dijkgraaf 03-oktober-17