poppenwagen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Poppenwagen uit de jaren zestig (Riemersma Kinderwagenfabriek in Surhuisterveen op Wikipedia (nl))

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pop·pen·wa·gen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord poppenwagen poppenwagens
verkleinwoord poppenwagentje poppenwagentjes

Zelfstandig naamwoord

poppenwagen m

  1. kleine kinderwagen voor een speelgoedpop
    • hij duwde zijn broertje rond in een poppenwagen 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be