paspop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een paspop

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pas·pop
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord paspop paspoppen
verkleinwoord paspoppetje paspoppetjes

Zelfstandig naamwoord

paspop v / m

  1. (gereedschap) pop waarop men gemaakte kleren past
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie