etalagepop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Vervaardiging van een etalagepop (1940)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eta·la·ge·pop
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord etalagepop etalagepoppen
verkleinwoord etalagepoppetje etalagepoppetjes

Zelfstandig naamwoord

etalagepop v / m

  1. pop waaraan kledingstukken enz. geëtaleerd worden
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen