otter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Otter

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ot·ter
Woordherkomst en -opbouw
Germaans: *otroz
Indo-Europees: *udros m, *udrā v
Verwant aan water.

Verwant in Germaanse talen

West
Angelsaksisch: otor
Engels: otter
Noord
Deens: odder
Zweeds: utter
Oost
Gotisch: otter

Andere Indo-Europese talen

Baltisch
Litouws: údra
Slavisch
Russisch выдра
Helleens
Oudgrieks: ὕδρα «waterslang» [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord otter otters
verkleinwoord ottertje ottertjes

Zelfstandig naamwoord

otter m

  1. (marterachtigen) Lutra lutra op Wikispecies, een marterachtige uit het geslacht Lutra, met zwempoten en een donkere dichte bruine vacht
    • Omdat otters grote woongebieden hebben en de dieren veel trekken, is de otter geholpen met goede ecologische verbindingszones. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
otteren

otter

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van otteren
    • Ik otter. 
  2. gebiedende wijs van otteren
    • Otter! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van otteren
    • Otter je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen