hermelijn

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • her·me·lijn
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het me Latijn, in de betekenis van ‘marterachtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord hermelijn hermelijnen
verkleinwoord hermelijntje hermelijntjes

Zelfstandig naamwoord

hermelijn

  1. m (dierkunde) Mustela erminea, klein wezelachtig zoogdiertje
  2. o de pels van de hermelijn
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen