bunzing

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een bunzing

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bun·zing
enkelvoud meervoud
naamwoord bunzing bunzingen
bunzings
verkleinwoord bunzinkje bunzinkjes

Zelfstandig naamwoord

bunzing m

  1. (marterachtigen) Mustela putorius Wikispecies-logo-en.png, klein marterachtig, behendig roofdiertje
    De bunzing gaat bij de jacht vooral op zijn neus en oren af.
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Stinken als een bunzing.
Vertalingen
Gangbaarheid
85 % van de Nederlanders
81 % van de Vlamingen.

Meer informatie