dassen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Europese das (Meles meles)
Uitspraak
  • (IPA in voorbereiding)
Woordafbreking
  • das·sen
Woordherkomst en -opbouw
  •  das zn  met de uitgang -en

Zelfstandig naamwoord

dassen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord das
  2. meervoudsvorm als officiële benaming (roofdieren) informele groep van marterachtige zoogdieren
    Tot deze groep behoren zo'n 10 soorten in 6 geslachten, die meestal in vier onderfamilies worden ingedeeld: de Taxidiinae (met één soort, de zilverdas uit Noord-Amerika), de Melinae (de 8 soorten Euraziatische dassen, waaronder de Europese das), de Helictidinae met de zonnedassen uit zuidoost Azië en de Mellivorinae (met één nog levende soort, de honingdas uit Afrika en Zuidwest-Azië)
Hyponiemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be