boommarter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boom·mar·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boommarter boommarters
verkleinwoord boommartertje boommartertjes

Zelfstandig naamwoord

boommarter m

  1. (zoogdieren) (Martes martes) een marter die vooral in bosrijk gebied te vinden is
    • De boommarter heeft zojuist zijn prooi verschalkt. 
Hyperoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid