veelvraat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Gulo gulo
Uitspraak
Woordafbreking
  • veel·vraat
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Nederduits, in de betekenis van ‘marterachtige’ voor het eerst aangetroffen in 1710 [1]
  • 1710; samenstelling van  veel  en  vraat , als leenvertaling van Nederduits Veelfraat, ontwikkeld uit Middelnederduits veelvratz (Reinke de Vos, 1498), vēlevrās, vēlevrāt,[2] aanvankelijk villevrās, ontleend aan Oudnoors fjeldfross, letterlijk ‘bergkater’, door volksetymologie geassocieerd met Mnd. vele, vēl ‘veel’ en vrāt ‘gulzigaard; het vreten’.[3] Onder invloed van Duits VielfraßGulo gulo; gulzigaard’ ontstond de leenbetekenis ‘gulzigaard’ (sedert 1849).
enkelvoud meervoud
naamwoord veelvraat veelvraten
verkleinwoord veelvraatje veelvraatjes

Zelfstandig naamwoord

veelvraat m [4]

  1. (dierkunde) Gulo gulo op Wikispecies, een marterachtig roofdier, de grootste in de familie Mustelidae
  2. (dierkunde) dagactieve nachtvlinder en rups Macrothylacia rubi op Wikispecies
  3. vraatzuchtig, gulzig persoon of dier, een gulzigaard
    • - Een luieraar en een luiwammes verschillen evenveel van elkaar als een lekkerbek en een veelvraat. Keek naar het verheven genot van parende libellen. Hoorde zelfs hun vleugels, een extatisch geluid, als flapperend papier tussen de spaken van een fiets. Tuurde naar een hazelworm die rond de wortels waar ik lag een miniatuur-Amazone verkende. Stilte? Niet helemaal, nee.[5] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "veelvraat" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Wolfgang Pfeifer (2005), Etymologisches Wörterbuch des Deutschen, 8e druk, trefwoord: ‘Vielfraß’, uitg. Deutscher Taschenbuch Verlag, München.
  3. veelvraat op website: Etymologiebank.nl
  4. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  5. Mitchell, David Wolkenatlas vertaald door Aad van der Mijn 2005 ISBN 9021474840 pagina 62